Azoren + Lissabon
Juni 2023
Hoofdstad

Horta

Oppervlakte

2247 km²
(0,054x Nederland)

Tijdsverschil

2 uur vroeger

Taal

Portugees

Hoogste punt

Pico - 2351 m

Vlag

De vlag van de Azoren komt overeen met de vlag van Portugal van 1830 tot 1910. Ten tijde van de ontdekking van de eilanden dacht men veel havikken te zien en daarom wordt de vogel op de vlag afgebeeld. Het betreft echter een ondersoort van de buizerd maar men besloot toch de havik te handhaven. De negen sterren staan voor de negen bewoonde eilanden.


Klimaat

Er heerst het gehele jaar door een constant klimaat met weinig temperatuurverschillen. Augustus is de warmste maand. De meeste regen valt van september tot maart.


'Ponta Delgada

Temp. (°C) Jan Apr Jul Okt
max 16 17 23 21
min 11 11 16 15
Valuta

De euro werd op 1 januari 2002 gelijktijdig ingevoerd in 12 landen van de Europese Unie, alsmede in Monaco, San Marino en Vaticaanstad. Dit was de grootste monetaire omwisselingsoperatie aller tijden. Op de voorkant van het biljet staat een poort of venster en op de achterkant een brug. Deze zijn fictief om geen landen te bevoordelen. De euro vervangt de Portugese Escudo.


Route


Hoogtepunten

De Azoren vormen een archipel van negen bewoonde en acht onbewoonde eilanden in de Atlantische oceaan en vormen een autonome regio van Portugal. De archipel ligt op 1370 km in de Atlantische oceaan ter hoogte van Lissabon. De afstand tussen de eilanden Corvo en Santa Maria bedraagt 500 km. De eilanden zijn van vulkanische oorsprong.


São Miguel

Ponta Delgada is de grootste stad van de Azoren en ligt op São Miguel, het grootste eiland van de archipel met de bijnaam het groene eiland. Het eiland werd sinds 1444 bevolkt en Ponta Delgada werd als vissersdorp in 1450 gesticht. Het is de administratieve hoofdstad van de Azoren. Veruit de meeste toeristen bezoeken dit eiland. Het is een veelzijdig eiland met o.a thee-, ananas-, bananen- en tabaksplantages. Bij Furnas kun je terecht voor warmwaterbronnen. Bij het dorp en aan het meer liggen een paar mooie parken waaronder het Parque Terra Nostre waar je in het warme bruine, ijzerhoudend, water kunt baden. Thomas Hickling, consul van de Verenigde Staten bouwde hier in 1775 zijn zomerverblijf, Yankee Hall en legde er een tuin van 2 Ha aan. In het midden van de 19e eeuw werd het perceel uitgebreid, het huis werd een hotel. In de jaren '30 werd het park gekocht door Vasco Bensaude. Het park bereikte een oppervlakte van 12,5 Ha. Het zwembad met bruin water (ijzer) met een temperatuur van 25 tot 38°C werd in 1780 gebouwd door Thomas Hickling en in 1935 werd het uitgebreid. Aan de oostzijde van het dorp kun je de fumaroles bezoeken. In een van bronnen wordt mais gekookt.

Wat niet mag ontbreken is een wandeling op de rand van de caldeira van de vulkaan Sete Cidades. Bij helder weer heb je een mooi uitzicht op het blauwe en groene meer in de caldeira vanaf het uitzichtpunt Vista do Rei. De caldeira meet 6 bij 5 km. De diepte van de caldeira varieërt tussen 200 en 500 meter. 35.700 jaar geleden stortte de vulkaan in, 28.750 jaar geleden stortte het noordwestelijke deel van de caldeira in, gevolgd door instorting van de noordelijke en noordoostelijke delen, 15.740 jaar geleden. De enige theeplantage van Europa ligt in aan de noordkust van het eiland bij Porto Formoso. Je kunt hier een bezoek brengen aan de uitgestrekte plantage en aan het kleine fabriekje met authentieke machines. Uiteraard kun je er ook thee proeven.

Terceira

In 1432 landde Gonçalo Velho Cabral, een scheepskapitein varend in opdracht van de Portugese prins Hendrik de Zeevaarder op Terceira. Van de 15e tot in de 17e eeuw werden de Azoren ook wel 'Vlaamse eilanden' genoemd vanwege het aantrekken van kolonisten uit het graafschap Vlaanderen voor het bevolken van de eilanden. Op 1 januari 1451 werd de nederzetting Vila da Praia op Terceira gesticht door een zekere Jacob van Brugge. Het is het op twee na grootste eiland en werd als derde ontdekt. In 1581 wisten de bewoners de Spanjaarden te verjagen met behulp van stieren in de slag bij Salga. Op dit eiland ligt de oudste stad van de Azoren, Angra do Heroismo, gesticht in 1478. Door de gunstige ligging aan een natuurlijke baai werd Angra do Heroismo een belangrijk handelscentrum. Vanwege de talrijke monumenten en het stadsplan uit de Renaissance heeft UNESCO de oude stad op de werelderfgoedlijst geplaatst. Na een aardbeving in 1980 is alles weer herbouwd. Op de flank van de vulkaan bij het stadje, Monte Brasil, hebben de Spanjaarden in de 16e eeuw een imposante vesting gebouwd, Castelo de São João Baptista. Je kunt een mooie rondwandeling maken op de vulkaan. De festa brava zijn de traditionele stierengevechten van het eiland waarbij bewoners hun moed tonen door een aangelijnde stier te benaderen. Anders dan in Spanje wordt de stier niet verwond of gedood.

De Algar do Carvão, een lavagrot, precies op het midden van het eiland, vormt tevens de grootste attractie. Daal 100 meter af in de schacht en laat je overdonderen.

São Jorge

Het eiland São Jorge is 53 km lang en 8 km op het breedste punt. Het is ontstaan uit een reeks vulkaanuitbarstingen en eeuwenlang geïsoleerd gebleven. Het eiland telt 9000 inwoners en 30.000 koeien. De hoofdstad Velas is gesticht in 1470 en telt 2000 inwoners. De havenpoort stamt uit 1799. De Morro Grande is een vulkaan aan de rand van het stadje. Op de westzijde van de vulkaan is een deel ingestort. Hier kijk je ruim 150 meter de diepte in vanaf de rand.

Vanaf Serra de Topo kun je een prachtige wandeling maken naar Fajã de Cubres aan de noordzijde. Het is voornamelijk afdalen. De hellingen aan de noordzijde zijn 45 tot 55 graden steil. Fajã's zijn kleine vlakke landtongen die zijn ontstaan door grondverzakkingen of lava. Op het eiland zijn er meer dan 70. Daarom wordt São Jorge ook wel het eiland van de fajãs genoemd. Bij helder weer is een wandeling over de kam van het eiland aan te bevelen. Je loopt langs talloze vulkanen met uitzicht naar beide zijden.



Pico

Dit is het op één na grootste eiland en tevens het jongste. Het werd 300.000 jaar geleden door de vulkaan Pico gevormd. De Pico is de hoogste berg van Portugal met 2.351 meter. Beklimming van deze vulkaan kun je het beste ruim van tevoren vastleggen omdat er maar een beperkt aantal mensen wordt toegelaten. Op de flank van de vulkaan kun je de kleine lavagrot Furna do Frei Matias bezoeken. Neem wel een zaklamp mee en kijk uit dat je je hoofd niet stoot. Hoofdstad van het eiland is Madalena dat in 1723 werd gesticht. In de kerk Santa Maria Madalena kun je ter hoogte van het altaar twee prachtige tegelwerken bewonderen.

De gruta das torres is met ruim 5 km de langste lavatunnel van Portugal en werd ruim 1500 jaar geleden gevormd door een uitbarsting. Bezoek is alleen mogelijk door te reserveren en de groepsgrootte (begeleiding door een gids) is maximaal acht personen.

Op Pico wordt ook wijn verbouwd maar niet zoals in de rest van Europa. De wijnranken staan los tussen muurtjes van lavarots die de warmte vasthouden en bescherming bieden tegen de zee. Ten zuiden van Madalena bevindt zich bij Criação Velha, een oud wijngebied dat op de werlderfgoedlijst van Unesco staat. In de 15e eeuw werd er al wijn verbouwd in het 987 ha grote gebied.

Faial

Vanaf 1467 werd het eiland Faial bevolkt. Het wordt ook wel het blauwe eiland genoemd vanwege de vele blauwe hortensiahagen langs de wegen. De hoofdstad Horta ligt 7 km vanaf Madalena en telt 6100 inwoners. Het parlement van de Azoren zetelt in Horta. De jachthaven is de belangrijkste van de noordelijke Atlantische oceaan. Van hieruit kun je tochten ondernemen om walvissen te spotten. In de baai van Horta landden in de 20e eeuw de eerste watervliegtuigen op trans-Atlantische vluchten. Een mooie wandeling met op het eind twee pittige beklimmingen begint langs de rand van de indrukwekkende caldeira en gaat in eerste instantie naar beneden richting Capelo. Je komt ook langs een levada. Daarna volgen twee beklimmingen. Eerst de Cabeco Verde en daarna een zeer steil pad op de Cabeco do Canto. Vanaf hier daal je af naar het in 1957 en 1958 nieuw gevormde vulkaangebied Capelinhos.

Lissabon

Op een vlucht vanuit Europa naar de Azoren maak je een tussenstop in Lissabon. Een mooie gelegenheid om daarbij een meerdaags bezoek te brengen aan de levendige hoofdstad van Portugal. Handig voor een bezoek is de 'Lisboa Card'. Deze is online te bestellen via internet en in te wisselen bij de kiosk op de luchthaven. Deze card geeft 24, 48, of 72 uur gratis toegang tot openbaar vervoer zoals metro, tram, bus en trein. Bovendien zijn ook een aantal musea en attracties gratis en krijg je korting op andere bezienswaardigheden. Voordeel van de card is dat je de lange rijen bij de automaten in de metro en het treinstation vermijd. Alleen handig wanneer je van plan bent om veel bezienswaardigheden te bezoeken. Het openbaar vervoer in Lissabon is zeer goedkoop. Vanaf de luchthaven kun je het centrum van de stad gemakkelijk met de metro bereiken (overstap van de rode op de groene lijn bij Alameda).

Lissabon ligt aan de noordoever van de Taag. Ruim 3000 jaar geleden stichtten Feniciërs op deze lokatie een handelspost. De huidige naam zou afgeleid kunnen zijn van het Fenicisch 'Allis Ubbo'(veilge haven) of van de Romeinse benaming van de Taag, 'Lisso' of 'Lucio'. Lissabon verrees, net als Rome, op zeven heuvels. De Sete Colinas heten São Jorge, São Vicente, Sant’ Ana, Santo André, São Roque, Santa Catarina en Chagas. Mocht je de stad te voet willen verkennen moet je heel wat stijgen en dalen. Om het vele stijgen te vermijden zijn er een aantal opties zoals de tram, die echter zeer populair is. Er staan vaak lange rijen, vooral op het plein Martim Moniz bij tram 28 een lijn met historische gele trams. Aan dit plein ligt de, in 2018 geopende, Escadinhas da Saúde, trap van de gezondheid, richting het kasteel. De roltrap ligt naast de steile trappen. De derde is de 45 meter hoge, in 1902 gebouwde Santa Justa lift naar de wijk Bairro Alto. Beneden staat meestal een rij en vanaf boven meestal niet. Tenslotte kun je kiezen voor een rit in een van de talloze tuk-tuks. Sommige daarvan zijn voorzien van heel weldadige versieringen.

Vele bezienswaardigheden zijn gemakkelijk te bereiken zoals de Torre de Belém en het klooster Mosteiro dos Jerónimos. Vervoer ernaar en toegang tot zijn gratis met de Lisboa Card maar ook hier is het druk met toeristen. Neem de trein vanaf station Cais do Sodré en stap uit bij halte Belém. Vanaf Cais do Sodré heb je ook een rechtstreekse route naar de badplaats Cascais.

De Torre de Belém werd gebouwd tussen 1515 en 1521 en diende zowel als verdedigingstoren als ceremoniële toeganspoort. Bezichtiging zou je kunnen beperken tot het binnenplein. Voor de toren moet je in de rij staan en via een smalle trap bezoek je een paar verdiepingen waar niets te zien is. De bouw van het klooster Mosteiro dos Jerónimos begon in 1502 en vier bouwmeesters later werd het voltooid in 1601. De ontdekkingsreiziger Vasco da Gama stierf in India waar hij oorspronkelijk werd begraven. In 1539 werd zijn stoffelijk overschot naar Portugal gebracht en bijgezet in een tombe van het klooster. Bij dit klooster kunnen ook lange rijen staan. Voor diegene die graag foto's maken is dat in het klooster verboden.

Tussen het Castelo de São Jorge en de rivier de Taag ligt Alfama, de oudste wijk van Lissabon. De naam 'alfama' stamt van het Arabische al hamma, wat zoiets als 'baden' of 'fonteinen' betekent. Het is zonder meer de gezelligste wijk van de stad met zijn fadobars en restaurants. Er zijn vele kronkelige straatjes en steegjes te vinden. Gedurende de bezetting van de Moren bestond Lissabon alleen uit Alfama. Er woonden vooral arme vissers. Een grote aardbeving in 1755 heeft Alfama nauwelijks aangetast.

Het Castelo de São Jorge ligt op de hoogste heuvel van de stad en kijkt uit over de Taag (Rio Tejo). Het is een van de bekendste toeristische attracties van Lissabon. De fundering stamt uit de 6e eeuw BC. In 1147 werd het kasteel tijdens het Beleg van Lissabon op de Moren veroverd. Vanaf de burcht heb je een weids uitzicht over de stad.

Buiten het centrum, deels met de metro te bereiken (tot de dierentuin), ligt het prachtige Palácio dos Marqueses de Fronteira. Het werd in 1671 gebouwd als jachthuis voor João Mascarenhas, de eerste markies van Fronteira. Het ligt vlakbij het Parque Florestal de Monsanto. De met vele mozaeïken versierde tuin met een vijver met groen water en een deel van het huis zijn te bezichtigen. Zeer de moeite waard. Aan de andere zijde van het centrum ligt het Museo Nacional do Azulejo. Het tegelmuseum is gevestigd in het voormalige klooster Madre de Deus uit 1509. Het laat de geschiedenis van de tegel zien vanaf de 15e eeuw tot heden. En dit is nog maar een deel van de talloze bezienswaardigheden in Lissabon.